Het zoeken naar wetmatigheden

cropped-c2a9-joke-van-vliet.jpg

Er zijn dagen dat de wereld zich aan me voordoet als onvoorspelbaar en gevaarlijk. De angst begint als een kralenketting die breekt. Ik schrik en grijp nog naar mijn hals, maar het is al te laat. De kraaltjes stuiteren alle richtingen uit. Het kost me weken om alle kraaltjes weer bij elkaar te zoeken, te sorteren en opnieuw te rijgen. Soms mist er één.

Een witte tuinstoel op een kaal gazon maakt me droevig.  Ik ben als een vreemdeling in mijn eigen woning. De wegen op de landkaart zijn mij onbekend. Geen route staat aangegeven. Alleen ligt er nog een omgevallen paddenstoel op de kruising. Mijn vrienden leven in rijtjeshuizen achter dubbel glas. Ik blijf ook binnen en zit aan de lange tafel, ooit bedoeld voor grote pannen met gerechten uit kookboeken. Een schort hangt aan een haakje. Af en toe duwt, nog hoopvol, de hond zijn snoet tegen mijn hand. Ik aai, maar voel niet de warmte van haar vacht. Het papier voor me blijft wit.

Mijn woorden wachten op een muze. De wereld kan mijn muze zijn. Ik ken de mensen. Ik ken de kale man. De kale man die aan zijn bot kluift. Zijn handen nog zwart van de olie. We zouden geliefden kunnen zijn. Ik weet hoe zijn gereedschap werkt. Ik weet hoe een waterpomptang draait rond een hardnekkig vastzittende moer. Ik ken het geluid van een sleutel die valt op een betonvloer. Ik ken de zomerhit die uit de boxen schalt. Ik draai voor hem de kalenderplaten door tot mei, waar de blonde vrouw op rolschaatsen haar rokje omhoog tilt. Ik drink zijn slappe koffie uit de automaat. Ik ben ertoe bereid.

Ik ken ook de huisarts. Zijn mooie vrouw lacht al jaren niet meer. Het huisje in Frankrijk overwoekert. Het onderzoeken van wratten, kleine breuken, buikpijn en benauwdheid heeft hij overgedragen aan zijn assistente. Hoge koorts en overgeven alarmeren hem pas wanneer het langer dan drie dagen aanhoudt. Een lijf praat niet en alleen de afwijkingen interesseren hem. Een kind met drie ballen vindt hij mooi of het hechten van een wond in een zachte lip. In de weekenden draagt hij een oude vieze jas. Met zijn grote rubberlaarzen loopt hij expres over de zojuist gedweilde keukenvloer. Het warme lijf van een dood konijn troost hem. De kruitdampen verjagen zijn sombere gevoel. Zijn vrouw bereidt het dier.

Een leven is gevuld met opmerkelijke details. Soms klinkt er een voice-over in mijn hoofd als in een natuurfilm. De stem vertelt over een leeuwin maar ik zie savannegras en uitgebleekte lucht. De stem vertelt over een leeuwin die zich klaar maakt voor de jacht, maar ik zie hoe ze haar lome poten strekt, haar lijf schudt en haar ogen toeknijpt. Waarnemen is het enige waartoe wij bereid moeten zijn om te weten welke afstand we tot elkaar moeten bewaren.

Het verschil tussen moorden en doden zit in de noodzaak die leidt tot de daad. Er is een duister spel gaande. Zie de mens als een bacterie en ineens begrijp je ons doel. Wij zijn niet op aarde om de wereld in stand te houden, maar om ons te vermeerderen. Tot we omkomen in onszelf. Pas als je niet lang meer te leven hebt, is de schaduw van een kersenboom voldoende om gelukkig te zijn.

 

© Joke van Vliet 2019

 

BFF

cropped-c2a9-joke-van-vliet.jpg

In vriendschap is er geen moment dat je elkaar het ‘ja woord’ geeft. Je draagt geen ring met datum en je deelt geen bankrekening. Vriendschap is een zwembad dat steeds voller loopt maar nooit overstroomt. Je weet alleen niet met hoeveel mensen je in het zwemwater ligt.

Toen ik op de lagere school zat, had ik een ‘beste vriendinnetje’. Wij noemden elkaar zo. Wij aten halve koekjes, kenden een zoetwaterkreeft in de sloot, hadden een begraafplaats voor onze teennagels en wij wisten allebei dat de stoep 2024 tegels telde. Onze vriendschap was ondeelbaar tot er op een dag een grote vrachtwagen onderaan de flat stond en twee wildvreemde mannen de planken van mijn boekenkast en mijn grote hondenknuffel Boebes de laadruimte binnendroegen. We stonden hand in hand en tuurden over de balustraden. Zachtjes prevelden we dat we voor altijd beste vriendinnen zouden blijven. We zagen elkaar niet meer.

De tijd van ‘beste vriendinnetje’ is voorbij. Op Facebook heb ik wel 500 vrienden en in het echt vijf. Stel dat je met je beste vrienden naar Costa Rica op vakantie gaat. En stel dat ze heel stoer zijn en willen raften op de Naranjo rivier. Jij hebt hier helemaal geen zin in (in mijn geval je durft dit absoluut niet) en je stelt voor om spectaculaire foto’s van hen te maken vanaf een overhangend rotsblok halverwege hun tocht. Vanaf de steen heb je een prachtig uitzicht over het kolkende water en stroomopwaarts zie je het rubberbootje al aan komen varen. Een van hen ziet jou ook en steekt een hand op en zwaait. Juist op dat moment slaat de boot tegen een rots. Tot je schrik drijft het rubberen vlot omgekeerd verder en je vrienden in hun oranje reddingsvesten worden meegesleurd door het stromende water. Je rent naar de auto en pakt een touw met reddingsboei uit de achterbak. Vlakbij zijn ze al. Met de reddingsboei zal je er maar een kunnen redden. Wie redt je? En als je het antwoord weet zou je het dan hardop durven zeggen.

Sommige vriendschappen vinden snel hun volmaakte vorm. ‘De vriendschap heeft geen ander ideaalbeeld dan zichzelf’ (Montaigne, 1588). Bij een dergelijke vriendschap heeft een dialoog een stuwende kracht in zich. De opwinding die je daarbij voelt is eenmalig, je springt samen op een paard en draaft dan in een draaiende beweging omhoog tot de tijd van het samenzijn voorbij is en je het paard achterlaat. In een volgende ontmoeting stijg je samen weer op en draaf verder, de oneindige spiraal omhoog volgend. Jaloezie is er niet omdat je ook niet jaloers kan zijn op jezelf. Het vooruitzicht elkaar weer te zien maakt dat je sommige verhalen of onderwerpen bewaart en onaangeroerd laat. Dit doe je om ze in hun ruwe, zuiverste vorm te laten zien aan de ander om ze vervolgens samen te polijsten.

De dichter Menander noemde ‘hem gelukkig die ook maar de schaduw van een vriend had ontmoet’. Dit verlangen naar vriendschap krijgt op sociale media vorm in overdaad. Facebook is een barstensvol recreatiebad zonder badmeester. Over de witte bodem kruipt soms een zoetwaterkreeft. Wie hem ziet heeft geluk.

 

© Joke van Vliet

Bronnen: Montaigne, M. d. (1588). De essays. Amsterdam: Athenaeum – Polak & van Gennep.