Kunstkikkerdril

cropped-c2a9-joke-van-vliet.jpg

Sinds gisteren ben ik wonderbaarlijk genezen. Ik heb mijn verlossing te danken aan een schrikbeeld.

Ik trof een vrouw aan in mijn atelier. Ze droeg een zwart rokje rond haar volle heupen en erboven een kort, getailleerd viltvestje.

‘Ik heb wat vragen voor jou,’ zei ze, terwijl ze haar notitieblokje opensloeg.

Voor jij wilt aankleven aan ons kunstkikkerdril moet ik eerst weten of je wel voldoet. Ik staarde naar mijn voeten. Had ik nou wel schoenen aan? En waar was mijn broek eigenlijk gebleven? Hoe kon ik deze vrouw, die waarschijnlijk een belangrijk lid was, nu ontvangen met twee harige onderbenen en blote voeten. Verder omhoog kijken durfde ik niet. Snel veegde ik wat losse tekenvellen van tafel en wees haar op mijn chocolaatjes en ruitjeskoeken, maar ze weigerde.

‘Dit heb ik al zo vaak gezien,’ sprak ze.

Het was warm in de kamer terwijl het vannacht nog gevroren had. Ik schoof het raam wat verder open. Een opgezet uiltje viel naar beneden. Ik keek hem na, hoe hij landde tussen de rozenstruiken. Ben ik al een dode uil?

Ik draaide mij om, terug in het tafereel, maar de kamer was veranderd. Ik bevond mij zowel in als buiten de ruimte. Het atelier was niet langer in symbiose met mijn schedelinterieur, maar gewoon een kamer met vier muren volgestouwd met objecten, een rariteitenkabinet en ik was de dompteur die alle spullen tot zwijgen bracht. Vroeg iemand ooit aan de tijgermossel of hij wel een schelp was?

Nog een koffie wilde ze niet. Ze was al te lang weg van haar klont. Dit oosten lag toch wel erg uit de route.

Mijn perfecte vriendin

cropped-c2a9-joke-van-vliet.jpg

Mijn vriendin en ik hebben een ideale vriendschap. Wij kunnen zwijgen zonder bang te zijn. We verschillen ook.

Ze vindt het bijvoorbeeld erg leuk om een klapwiekende meerkoet achterna te zwemmen. Daar heb ik zelf niks mee. Ze klauwt dan door het water terwijl haar smalle hoofdje steeds dieper wegzakt in het wateroppervlak. Na een paar minuten lijkt ze zich af te vragen hoe ze in dat ijskoude kanaalwater terecht is gekomen. Vanuit dit nieuwe besef koerst ze dan naar de kant, rent in afgeslankte vorm tot vlak naast mij en schudt haar vacht los en droog. Zelfs op een dergelijk moment zwijgen we omdat ik wil dat ze weet dat ze altijd welkom is, zelfs in doorweekte toestand.

Ook haar liefde voor ondergrondse muizennesten deel ik niet. Wanneer ze de beestjes ruikt graaft ze in korte tijd een miniatuurversie Ardennen in een verder kaarsrecht weiland. Haar neus drukt ze voortdurend in zwarte opengewerkte aarde, niet zelden een dikke laag uitgereden mest. Ze vindt de muizen nooit maar is gelukkig. Wanneer ik met de grondwoeler ingeklonken aarde los werk in mijn moestuin overvalt me een vergelijkbaar genot.

Elke zondag passeert er een herdershond. Hij sleurt zijn baas achter zich aan. Wanneer mijn vriendin het beest ruikt, rijzen haar rugharen recht overeind en krabt ze met haar nagels woest over de pas aangebrachte verflaag op de buitendeur. Ik doe het niet maar bij sommige mensen heb ik een vergelijkbare aandrang.

Mijn vriendin vouwt zichzelf in elkaar om te slapen, liefst op haar gelooide schapenhuid. Wanneer ze haar pootjes strekt, wippen haar nageltjes iets op en soms trillen haar neusvleugels en maakt ze hoge piepende droomgeluidjes. Ik voel dan van die dingen als; ik zal voor altijd van je houden en ik zal je altijd beschermen. Zonder er ooit met haar over gesproken te hebben weet ik dat het wederzijds is. Vind zoiets maar eens in vriendschap.

_JVV1107

 

Een mening is een schutting

cropped-c2a9-joke-van-vliet.jpg

Voorjaar en hoop. Ik zou die twee woorden nooit samen in een zin plaatsen omdat ze te veel bij elkaar horen. Ook zou ik een tekst die begint met deze woorden nooit verder lezen.

Er zijn veel dingen die ik niet doe.

Mensen vinden het grappig om dingen groter te maken of juist kleiner. Zo houden ze van extravagante orchideeën en SUV’s en ook van Shih Tzu hondjes en Falabella minipaardjes. Zelf willen mensen niet klein zijn. Hele volksstammen tantes en oma’s roemen kinderen om hun groei. Het zal wel iets met overlevingsdrift te maken hebben.

Een gesprek is soms een gevecht. Er bungelt een sabel achter de rug van je tegenstander. Ineens kan hij naar je uithalen terwijl jij net je mes hebt weggelegd. Dan strompel je na het gesprek weg met een steekwond in de buurt van je hart. Je hoopt nog dat het niet zo bedoeld was maar je weet wel beter.

Als mensen een tatoeage hebben kan ik mijn ogen er niet vanaf houden. Afgelopen zomer kampeerden we naast een echtpaar. De man droeg korte broeken en mouwloze shirtjes. Verder ging hij vaak naar het wc-blok. Zijn huid leek een kleurplaat waar een hoop mensen tegelijk aan bezig waren. Hij maakte graag een praatje, bij elke tent stopte hij wel even. Hij vertelde dan over zijn honden die niet mee waren op vakantie. Uiteindelijk gingen ze drie dagen eerder naar huis dan ze oorspronkelijk van plan waren.

Er zijn veel dingen die ik niet doe. Meestal weet ik eigenlijk niet eens waarom. Vaak heb ik er een mening over. Een mening is een schutting. Daar ga je niet zomaar overheen.

 

 

Glasvezel voor Montaigne

cropped-c2a9-joke-van-vliet.jpg

Ik ben een nutteloos mens. Daar kwam ik pas vanochtend achter toen ik het woord nuttig opzocht in de van Dale. Nuttig betekent bruikbaar of voordelig en ik ben geen van beiden.

Wanneer ik naar buiten kijk over de landbouwgronden van de omringende boerderijen valt mijn oog op een autootje dat verderop staat met de achterklep omhoog. Twee mannen in oranje gekleurde hesjes scheppen in de aarde. Ik zag ze de laatste tijd al vaker opduiken. Soms verscholen in een witte iglo van zeil en hout en soms in een klein kraantje dat met een smalle schep een geul groef. Vorige maand naderden ze met een dergelijk machientje tot vlakbij ons huis. Een minikanaal ontstond langs het prikkeldraad van de aangrenzende wei en eind van de dag schoot er naast de voordeur ineens een kabel uit de grond. Vanmorgen belde het tweetal aan met een boormachine in handen zoals je ook een AK-47 vasthoudt. Ze boorden een gat door de buitenmuur naar binnen tot in de meterkast. Door het gat trokken ze de felgroene kabel. Als een meanderende rivier slingerde de draad omhoog tot hij verdween in een wit kastje. Wij hebben meer van dat soort witte kastjes in huis waarvan ik geen flauw idee heb waar ze toe dienen en wat ze kunnen. Mij is verteld dat ze ervoor gaan zorgen dat mijn internet in de toekomst supersnel zal zijn. Veel mensen vinden dat fijn en bruikbaar en voordelig. De twee mannen die glasvezel in onze buurt aanleggen zijn dus nuttig.

Nadenkend over nut neem ik het boek van Michel de Montaigne ter hand en sla het open op een willekeurige pagina. De titel van de bladzijde is: loze spitsvondigheden (Ik snap het als je dit niet gelooft maar het is echt waar). Op deze bladzijde vind ik een passage over een man die een gierstkorrel zo behendig had leren werpen dat hij steeds zonder mankeren door het oog van een naald vloog. Naar aanleiding van dit voorbeeld schrijft Montaigne: ‘Een uitstekend bewijs van de zwakte van ons verstand is dat het de dingen aanprijst op grond van hun zeldzaamheid of nieuwigheid of zelfs vanwege hun moeilijkheid ook al zijn ze nergens goed of nuttig voor’. Dat klinkt als een pleidooi voor nuttig zijn. Toch waarschuwt hij zijn lezers in de inleiding van zijn essays dat hij met het schrijven slechts privé doeleinden nastreeft. ‘Als het hem te doen was geweest om bijval te krijgen van de wereld had hij zich wel mooier en meer bestudeerd voorgedaan’.

Ik vraag me af wat Montaigne zou vinden van de komst van glasvezel. Zijn eerste upload zou dan zijn geweest in 1580, zijn tweede upload met veel nieuwe opmerkingen en waarnemingen in 1588 en zijn laatste versie in 1592. Ik kan me voorstellen dat Montaigne na twaalf jaar intensief schrijven en diep nadenken teleurgesteld zou zijn als zijn bestand binnen drie seconden is geüpload. Traag internet toont tenminste nog wat respect voor grote bestanden. Daarnaast zou er een risico bestaan dat zijn persoonlijke geschriften inmiddels zouden zijn verdwenen in het zwarte gat van internet, de begraafplaats van tekst en beeld. Glasvezel zou een belediging zijn voor de geschriften van Montaigne.

 

God en Greta

cropped-c2a9-joke-van-vliet.jpg

Toen God op 29 september 2000 door een gat van bijna 29,9 miljoen vierkante kilometer in de ozonlaag keek, realiseerde hij zich dat zijn experiment was mislukt. Hij had achteraf spijt dat hij slechts zes dagen voor zijn proefneming had uitgetrokken en zijn advies  ‘Wees vruchtbaar en word talrijk’ vond hij achteraf pathetisch. Liefst zou hij het hele aardbolletje afspoelen met schoon water maar dat was nergens te vinden.

In 2003 keek hij nogmaals door het gat. Misschien had hij achteraf toch beter alleen Eva kunnen maken. Ook had hij niet na elke schepping moeten roepen dat ‘het goed was’. Dat kon hij per slot van rekening toen nog helemaal niet inschatten.

Zijn oog viel op een meisje dat over een zandpad slenterde. Om haar beter te kunnen zien duwde hij het wolkendek aan de kant en blies met een zwakke oostenwind haar haren opzij. Ze bukte zich en raapte een kever op die op zijn rug in het zand lag. Het grote insect klauwde zes pootjes in de lucht en klapperde met zijn kaken. Het meisje raapte een stokje op en hield het behulpzaam tussen zijn pootjes. De kever haakte zich vast aan het stokje en kroop naar de top, klapte zijn voorvleugels omhoog en vloog weg. Het meisje keek hem na. God zuchtte en reikte nog een maal zijn hand uit naar de aarde. Hij nam een rib uit het lijf van een hert. ‘Dit wordt jullie laatste kans’, fluisterde hij en vormde uit het rib een meisje. Hij noemde haar Greta Thunberg.

Picea Omorika in analyse

cropped-c2a9-joke-van-vliet.jpg

Ik heb je zojuist door het gras, over de stoeptegels, langs de mestvaalt weg gesleept. Je was oneindig veel lichter dan toen je kwam. Twee maanden was je bij ons. Je rook heerlijk toen je destijds arriveerde, kruidig. Mijn handen ruiken nog altijd naar je. Je geboortegrond was het grensgebied tussen Servië en Bosnië. Je naam was Picea Omorika. Als kiemplantje heb je mogelijk de oorlog nog meegemaakt.

We hingen glimmende kralenkettingen en witte haren tussen je takken. Fijne ijzerdraadjes klemden we rond de uiteinden en zo werd je opgetuigd met metalen ballen. Ik zag mijzelf tientallen keren weerspiegeld in deze zilveren bollen en zo wist ik dat ik geen heks was want heksen hebben geen spiegelbeeld. We wurmden een strakke puntmuts over jouw top en wikkelden feestelijk rode tule en groene zijde rond jouw afgesneden wortelstelsel. Tintelende elektriciteitsdraden drapeerden we rondom jouw stam. We hulden je in sterrennevel.  Toen de vorst  verdween liet je verward al je naalden los.

In de dagen die volgden zag ik je vaker dan dat ik mijn kinderen zag. Toch bleef je een kostganger in mijn blikveld. De ruimte waarin jij stond werd niet van jou. Met een stofzuiger zoog ik je smalle bladschijven op tot uiteindelijk alleen je skelet met stakerige takken overbleef.

In het schilderij sterrennacht van van Gogh flakkeren twee naaldbomen op als zwartgroene vlammen. Van Gogh analyseerde met verftoetsen hun karakter. Hij schilderde niet hun verschijning maar hun persoonlijkheid, zijn schilderij werd een psychoanalyse in verf. Op zijn geboortegrond  moet Picea Omorika een vurige boom zijn geweest die zich vol levenslust uitstrekte naar de hemel maar in ons huis leefde hij als een panter in een kooi. Met weemoed moet hij teruggedacht hebben aan zijn jeugd, tijdens de oorlog. Soms is het beter om niet gezien te worden.

 

Mijn nieuwe relatie

 

cropped-c2a9-joke-van-vliet.jpg

Een ontmoeting is vergelijkbaar met het aanraken van kleefkruid. De zaadbollen van de plant haken vast aan alles wat langs strijkt.

Sinds een paar weken heb ik een nieuwe relatie. Ons eerste afspraakje was in Zwolle in de voormalige bibliotheek. In een ruimte waar ooit Flaubert en Colette zij aan zij stonden hadden wij afgesproken aan de lange houten tafel. Mijn nieuwe relatie heeft zoveel gezichten dat ik er een droge mond van kreeg. Tijdens onze ontmoeting ratelde ik maar door over schrijven en over Montaigne. ‘Wie aandachtig toeziet ontdekt dat hij zich nog geen twee keer in dezelfde gemoedstoestand bevind’, citeerde ik. Deze ingeving verwoordde hoe verrast ik was door zijn veelzijdigheid. Mijn mond voelde gortdroog alsof ik uren op een pittenzakje had lopen kauwen. Ik praatte steeds sneller, zo bang was ik dat hij me zou onderbreken om me te zeggen dat het nooit wat zou worden.

Mijn nieuwe relatie had wel veertien ogen die allemaal weer anders naar me keken. Sommige van zijn ogen leefden al verder in de tijd. Ik probeerde het straatrumoer te overstemmen om hem te vertellen over de Franse schrijfster Colette, hoe mooi ze was en zinnelijk. Misschien zou hij dan net zo over mij denken, ik was tenslotte ook schrijfster. ‘Er is geen onoverkoombare pijn behalve de dood’, schreef ze. Ik herhaalde de troostrijke woorden als een mantra. Ondertussen slurpte ik liters water uit een dopper fles. We spraken af elkaar vaker te zien, steeds in de oude bibliotheek.

‘Ik word oud dankzij mijn gevoelens’, schreef Pessoa in zijn boek der rusteloosheid. Zo voelt dat ook bij mij. Elke twijfel schraapt een beetje volharding uit me. Ik aai mijn nieuwe relatie over zijn haren. Ze voelen glad als de smeltende bovenlaag van een ijsbaan. Haastig noteer ik woorden in een lijntjesschrift om niets te vergeten. Wanneer hij zwijgt bestudeer ik hem en zie zijn ouders terug  in de rafelranden van zijn kraag. Hij spreekt zinnen die steeds weer naar de oppervlakte schieten. Als schuim op badwater schep ik de grootste bellen weg en druk ze stuk in een droge handdoek.

Na een aantal ontmoetingen valt mijn nieuwe relatie uiteen in zeven mensen. Het blijkt een klas te zijn. Het lukt nooit om vol te houden dat ze bij elkaar horen. Groepen bestaan niet, mensen wel. Voor je het weet herken je het samenraapsel van hebbelijkheden dat hen onderscheidt. De zaden van onze ontmoeting zullen nog wel even in mijn kleding blijven hangen.

De traplift

cropped-c2a9-joke-van-vliet.jpg

In de avond bracht een bezorger grote dozen en in bubbeltjesplastic verpakte buizen. Midden in de keuken liet hij de materialen achter waardoor moeder niet meer bij haar kruidenrekje kon. Na zijn vertrek draaide vader de voordeursleutel twee maal rond en hing deze aan het haakje naast de kapstok. Die avond aten ze een smakeloze maaltijd.

De volgende morgen was het nog donker toen de wekker afliep. In de brief stond dat de werkmannen vroeg zouden komen. Moeder klopte het beddensprei uit, leegde de po en verschoof de plantjes in de vensterbank dusdanig dat ze goed zicht hadden op de toegangspoort van hun woonhofje. Daarna zaten ze in hun stoelen voor het venster en keken naar de spreeuwen die met hun lange snavels in het vet van de vogeltaart pikten. De zon steeg boven de stadsmuren uit maar nog altijd waren de mannen er niet.

Om tien uur stapte een forse donkere man, met in zijn hand een gereedschapskist, het hofje binnen. Eenmaal in de woonkamer gaf hij vader een stevige handdruk en moeder pakte hij zachter beet maar het duurde wel lang voordat hij haar hand losliet. Zijn handpalm voelde glad als de korst van kaas. Hij stripte het plastic van de buizen en sneed het karton. Met gemak tilde hij de zware pijpen van de grond en schroefde deze tegen de wand langs de trap omhoog. Moeder schonk ondertussen kokend water op vers gemalen koffie en legde halve koeken op een schoteltje. Even later zaten ze dicht op elkaar. Zijn knieën waren zo breed als meloenen. ‘Ik interesseer me erg voor politiek’, vertelde hij. De koek verdween in één hap naar binnen. Een tweede bakje koffie hoefde hij niet.

Niet veel later was het zover. Vader moest zijn billen goed aanschuiven en zijn knieën intrekken nadat hij plaatsnam op de stoel. Verrassend krachtig drukte vader de joystick naar rechts. Een rood lampje op de armleuning knipperde en daarna steeg vader langs de buis omhoog. Moeder keek hem na en zei dat ze haar hart vasthield. In de bocht, halverwege de trap kreunde vader en de man spurtte buitengewoon wendbaar opwaarts. Moeder kon niet zien wat er gebeurde.

Voorzichtiger nu, manoeuvreerde de man de liftstoel met vader erop, naar beneden. Vader wreef over zijn pijnlijke knie. ‘Uw man heeft lange benen’, zei de man en viste een hamer uit zijn gereedschapskist. Met een paar ferme tikken sloeg hij de trapleuning los van de wand. Een stuk ijzer vloog door de keuken en sloeg tegen het kruidenrekje. Een potje gevuld met rood poeder spatte uiteen. ‘Zo moet het passen’, zei hij, terwijl hij de afgebroken trapleuning wegmoffelde achter de stofzuigerstang in de hoek. Met het gereedschapskistje in de hand haastte hij zich naar de voordeur. Toen hij merkte dat deze was afgesloten nam hij zelf de sleutel van het haakje en draaide hem twee keer rond. De spreeuwen vlogen op toen de deur open zwaaide. ‘Altijd een gordel omdoen’, riep hij nog, ‘de meeste ongelukken gebeuren omdat mensen hun gordel niet vastgespen’.

Zwijgen is een verademing

cropped-c2a9-joke-van-vliet1.jpg

In de film Bridget Jones’s Diary heeft Renée Zellweger als enige niet het bericht doorgekregen dat het gemaskerd bal niet doorgaat. In een playboy bunny costume verschijnt ze op de familiebijeenkomst waar de overige genodigden gekleed zijn in avondjurk of kostuum. Met twee hazenoren op, en een witte pompon boven haar bilnaad wipt ze tussen de gasten door. Later blijkt dat ook haar vader het bericht niet heeft gekregen. Hij zit verscholen achter een beukhaag. Ze schuift naast hem op een bankje. Zo zou een ontmoeting moeten gaan met gelijkgestemden, viel mij binnen, zonder elkaar voorwaarden te stellen buiten de gemeenschappelijkheid om.

Toen ik nog op de kunstacademie zat bezocht ik veel tentoonstellingen en verfde doeken vol. Een van mijn docenten was een mager mannetje met spillebenen en een scheef gebit. ‘Als je indruk op me wilt maken moet je landschappen gaan schilderen. Bekoring vind je in het alledaagse’, zei hij.

Na de kunstacademie bleek dat niemand zat te wachten op mijn schilderijen. De doeken hoopten zich op in een opslagruimte. Op feestjes vroegen mensen wat ik deed voor de kost. Meestal zei ik dat ik begrafenisondernemer was maar soms biechtte ik op dat mijn doeken doden waren die opgestapeld lagen in een rommelhok.

Het kunstenaarsleven heeft iets van een gekostumeerd bal. Je begeeft je in het feestgedruis, niet in een Looney Tunes costume, maar volledig ontkleed. Ongegeneerd bestuderen de feestgangers je vetkwabjes, littekens, moedervlekken, kalknagels en je grijze aanzet achter de oorschelp. Met een microscopische lens zoomen ze in op je poriën en gezwollen aderen.

Een kunstenaar zou af en toe moeten kunnen aanschuiven op een bankje bij een soortgenoot. Die persoon zou dan moeten zwijgen en een sigaret roken en verder niets.

De beperkte mens

cropped-c2a9-joke-van-vliet1.jpg

Gisteren aaide ik een varken. Ik kende de zeug niet. Ze was naar me toegekomen vanuit een toom. Twee grote ijzeren stangen zaten tussen ons in. Daar was ik blij om want het was een groot beest en ik wist niet of ze me omver zou lopen of zou aanvallen. Blijkbaar ging ik uit van slechte bedoelingen. De zeug daarentegen trad mij onbevangen tegemoet. Ze had een lange snoet met aan het uiteinde een wroetschijf met daarin twee neusgaten. De lucht ging erdoor in en uit. Dankzij de kou in de stal kreeg ademen een vorm.

Onder de snoet bewoog een mond. Ze kauwde ergens op. Ik stak mijn hand door de tralies en kriebelde haar achter het oor. De huid was er ruw en hard, de haren voelde stekelig. Het varken draaide haar kop opzij. Het knorren werd afgewisseld door een hoog kreunend geluid. Ik probeerde gevarieerd te kriebelen, niet teveel op één plek. Ze sloot haar ogen. Ik dacht erover dat ze mij vertrouwde en daardoor vertrouwde ik haar. Ik vond haar lief.

Mensen vind ik eigenlijk nooit snel lief. Ik zag nooit iemand op straat lopen die ik eens lekker achter het oor zou willen kriebelen. Wel vind ik mensen soms mooi of aandoenlijk maar ze aanraken, vind ik niet fijn. Mijn weerstand zegt misschien iets over de betrouwbaarheid van de soort. Zelfs vrienden kriebel ik nooit achter de oren en ook mijn geliefde zou vreemd opkijken wanneer ik dat zou doen. Lief is een woord dat is voorbehouden aan dieren en baby’s.

Het aaien van het varken duurde lang. Toch kreeg ik het niet koud. Heeft het varken kwaliteiten die we in onszelf terugzien? Dat is de vraag die mensen zichzelf stellen om te beoordelen of een varken misschien begaafd is. Ik vraag mij af wat wij bedoelen met intelligentie. Donald Trump is een intelligente man en toch zou ik geruster zijn wanneer dit varken zijn belangrijke positie zou innemen als president van de Verenigde Staten. Het voelt of dit varken een soort geestvermogen bezit die wij mensen nooit zullen begrijpen. Een intelligentie die samenvalt met vertrouwen.

In de film ‘on body and soul’ hebben de twee hoofdpersonen, Endre en Maria, zonder het van elkaar te weten, dezelfde droom. De droom gaat over een hert en een hinde die samen optrekken in een sneeuwlandschap. Actrice Alexandra Borbély vertelt over haar ervaring als hinde:

‘Ik had vreselijke honger.

Ik snuffelde in de sneeuw maar er was niets.

Mijn metgezel hielp mij zoeken.

Hij vond een dik en sappig blad onder de sneeuw.

Ik mocht het hebben. Ik at het op.’

Misschien zijn onze hersenen teveel verbindingen aangegaan waardoor we zinloos in alle richtingen denken en behoeften ontwikkelen. Misschien is aanwezig zijn in elk moment van je leven een hogere vorm van intelligentie. Een niveau dat we nog niet bereikt hebben.